DONDERDAG 27 NOVEMBER 2003 | BEIJING
logo

uitzending
Dag 38 - Het verhaal van Faye


Ik ben een jaar geleden afgestudeerd. Op de campus woonde ik met drie anderen in een kamer van vier bij vijf. Er pasten precies vier hoogslapers in. Ik kon goed met mijn kamergenoten opschieten, maar over politiek sprak ik nooit met hen. Zelf ben ik er wel in geïnteresseerd. Ik volg het nieuws goed. Op internet lees ik de New York Times en een Chinese krant uit Singapore. Maar het is te riskant om met halve bekenden over politiek te praten. Deze generatie is sowieso minder politiek betrokken dan de generatie uit de tijd van, je weet wel, het voorval. De studenten van toen waren opgegroeid tijdens de culturele revolutie. Toen die was afgelopen, sloegen ze door de andere kant op. Ze dachten dat alles zo maar mogelijk was.

Na de gebeurtenis was er lange tijd helemaal niets mogelijk. De laatste jaren krijgen we weer wat meer vrijheid. Iedere universiteit heeft bijvoorbeeld een prikbord op internet waar je ongecensureerde nieuwsberichten kunt lezen. Die worden geschreven door studenten, of door professoren. Pas nog zag ik er een foto van een ontslagen arbeider van een failliet staatsbedrijf. Daarnaast stond dan een foto van een partijleider die zich vol zat te vreten tijdens een diner. Je leest er ook verhalen over groepjes ontslagen arbeiders die tegen de overheid demonstreren. Of over misstanden bij staatsbedrijven, als de directeur het bedrijf expres failliet laat gaan. Veel helpt het niet. Alleen studenten kunnen deze internetkranten lezen. Heel soms wordt zo'n berichtje opgepikt door een plaatselijke krant, en dan kan het gebeuren dat de lokale partij actie onderneemt om de zaak recht te zetten. Het is allemaal heel vrijblijvend. Regelmatig komen er petities langs op internet. Bijvoorbeeld een solidariteitsverklaring met de ontslagen werknemers. Meestal blijft het bij het doorsturen van zo'n e-mail. 's Avonds kijken we gewoon naar DVD's en zijn we het alweer vergeten.

Als je zoals ik het niet eens bent met de lijn van de partij kun je niets doen. Ik ben ook geen lid van de partij. Ik kan alleen hopen dat het beter wordt. Er zijn wel wat tekenen. De nieuwe generatie leiders lijkt meer open te staan voor kritiek. In het parlement wordt meer gediscussieerd dan vroeger. In de media zie je soms een kritisch bericht of commentaar. Maar pas was er op mijn oude universiteit ook nog iemand opgepakt die te kritisch was geweest op internet.

Ook op een ander vlak zie je langzaam aan wat veranderingen. Vroeger controleerde de communistische partij elk aspect van je privéleven. Dat wordt langzaam aan minder. Ik ben vorige week getrouwd. Met een buitenlandse jongen. Het was behoorlijk ingewikkeld om dat voor elkaar te krijgen. Je moest hier tot voorkort voor ieder huwelijk toestemming vragen aan je werkgever. Dat was een manier voor de partij om een vinger in de pap te houden. Ik vind dat belachelijk. Wat heeft mijn baas nou met mijn privéleven te maken? Ik moest allerlei formulieren invullen. Met wie ik ging trouwen, en waarom dan wel. Mijn baas werd heel zenuwachtig, omdat hij dacht dat er wel eens een wet zou kunnen zijn die het ambtenaren zou verbieden om met buitenlanders te trouwen. Ik moest misschien mijn baan opzeggen. Ik heb vrienden die werken in het bedrijfsleven. Die zeiden al: je kunt bij ons wel een briefje halen. Het bedrijfsleven doet daar lang niet meer zo moeilijk over. Uiteindelijk bleek dat op 1 oktober van dit jaar de wet is veranderd. Van nu af aan kun je trouwen met wie je wil, zonder toestemming van je werkgever.

Zo krijgen we langzaam aan wel wat meer vrijheiden. Maar aan de andere kant worden we nog altijd gecontroleerd. In iedere buurt is een buurtcomité dat iedereen in de gaten houdt. Er zitten vooral nieuwsgierige bejaarden in dat comité. Iedere paar weken komen ze langs. Dan moeten we weer een of ander formulier invullen. Toen ik er voor ons huwelijk samenwoonde met mijn vriend, werd ik daar ook voortdurend op aangesproken. En toen ik net naar in mijn appartement was getrokken, belden de leden van het comit├ę voortdurend aan. Of ze even mijn woning mochten bekijken. En nog voor ik ja of nee kon zeggen, stonden ze al in mijn woonkamer.

Om Faye niet in gevaar te brengen, is haar naam gefingeerd.