VRIJDAG 28 NOVEMBER 2003 | BEIJING
logo

uitzending
Dag 39 - Liever niet schieten, dan naast de goal


Sinds een jaar heet hij Ali Han en is hij coach van het Chinese elftal. Na een loopbaan als speler en clubtrainer bij diverse clubs, heeft Arie Haan de taak op zich genomen de Chinezen klaar te stomen voor het WK van 2006. Wij ontmoeten hem in een sjieke club in Beijing, waar hij zich in alle rust voorbereid op een vierlandentoernooi in Japan.

‘Voordat ik hier heen kwam wist ik niets van het Chinese voetbal. Alleen dat ze op het afgelopen WK alle wedstrijden hadden verloren. Ik had geen idee wat voor een spelers er allemaal rondliepen. Toen ik hier afgelopen december arriveerde had de voetbalbond daarom alvast een selectie van 14 spelers voor me samengesteld. Al snel bleek dat er geen enkele verdediger tussen zat. Ze hadden me gewoon de beste spelers gegeven zonder te kijken naar de afzonderlijke kwaliteiten. Het is sowieso moeilijk om hier een selectie te maken. In de Chinese competitie wisselt een speler voortdurend van positie. Zo blijkt een matige spits een week later opeens een prima linksachter. De trainingen verlopen hier ook heel anders. Er wordt hier enorm veel op borden geschreven. Dat schijnt heel Chinees te zijn. Pas als het opgeschreven wordt kunnen ze het onthouden. Terwijl ik juist het veld op wil om de verschillende spelsituaties te bespreken. De eerste keer dat ik een training gaf kwamen de spelers keurig met pen en papier de kleedkamer binnen. Ik heb ze gevraagd hun aantekenschriftjes onmiddelijk op te bergen. Een aantal oudere jongens bleef stiekem nog wat aantekeningen maken.

Kijk, op internationaal niveau behoren we natuurlijk nog niet tot de top. Maar dat is voor mij het leuke, er valt hier nog veel te verbeteren. Ze doen hier bijvoorbeeld niet aan intervaltraining. In de competitie is dat geen probleem, daar spelen alle teams in hetzelfde tempo. Maar zodra er bij een interland een tempoversnelling plaatsvindt raken mijn jongens buiten adem. Dat zag je bijvoorbeeld bij de vriendschappelijke interland tegen Brazilië (0-0). Verdedigend zat het allemaal wel in orde, maar ze missen nog de kracht om te versnellen en aan te vallen.

Het grootste probleem is het gebrek aan zelfvertrouwen. De spelers durfen niemand te tackelen. Dat heeft te maken met hun mentaliteit. Ze zijn als de dood dat ze iets verkeerd zullen doen. Als wij in Nederland een fout maken is dat klote, maar ga je gewoon door. Hier heeft het een titel, als je een fout maakt betekent dat‘gezichtsverlies’. En dus zal een speler liever een bal niet schieten, dan naast de goal. Een ander probleem is dat ze niet met mij in discussie durfen te gaan. Heel af en toe probeer ik ze een beetje uit te dagen, dan vraag ik bijvoorbeeld: “Wat is voor jou nu de beste plaats in het veld?”En dan antwoorden ze:”Wat u de beste plaats vindt trainer.”

Aan de andere kant merk ik ook dat een paar spelers wat opstandiger wordt. Ze hebben een lucratief contract op zak en vragen zich af waarom ze nog zo hard moeten rennen. Een heel logische reactie lijkt me. De voetbalbond ziet de spelers echter nog steeds als staatsarbeiders. Ze moeten op het terrein van de sportvereniging wonen en zijn verplicht iedere dag te trainen, of het nodig is of niet. Ik probeer de officials er nu van te overtuigen dat deze jongens niet áltijd hoeven te trainen. Ze zouden af en toe juist gebaat zijn bij wat meer ontspanning. Ze moeten leren dat niet het geld, maar de prestatie het belangrijkst is.

Zo langzamerhand heb ik het idee dat er wel wat gaat veranderen. Al gaan daar wel behoorlijk wat vergaderingen overheen. Dat is overigens heel Chinees, vergaderen en eten. En iets is pas belangrijk als het tijdens een vergadering is gezegd. Dus als je in de wandelgang tegen iemand vertelt dat we meer aandacht moeten besteden aan de keeperstraining, dan zal ie er niets mee doen. Het moet allemaal officieel, anders telt het niet. En alles wordt hier ruim van te voren gepland. De coach van het Olympisch elftal heeft nu al een team samengesteld van jochies van 17 jaar die in 2008 op de Spelen in actie moeten komen. Alle officials binnen de voetbalbond vinden de Olympische Spelen ook veel belangrijker dan het Wereldkampioenschap. Ik heb wel eens aan zo’n official gevraagd of hij wist welk land er bij de laatste Spelen een gouden medaille gewonnen heeft. Dat wist ie niet. Ik ook niet hoor. Maar toen ik hem vroeg wie er Wereldkampioen werd in 1958, wist ie dat onmiddelijk. Dat zegt wel genoeg denk ik.’

Volgende week speelt het Chinese Voetbalelftal in een vierlandentoernooi tegen gastland Japan, Zuid-Korea en Hong Kong.