ZATERDAG 25 OKTOBER 2003 | HONG KONG
logo
1622-1662 / Handel en oorlog in het Verre Oosten

In 1622 begon de VOC met een campagne om een deel van de lucratieve Chinese handel met geweld in handen te krijgen. De Chinezen sloegen een paar keer hard terug.

Het begin van de China-campagne in 1622
In 1622 gaf gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen het startsein voor de China-campagne van de VOC. De grote strateeg van de koloniale expansie in Azi? wilde een groter deel van de handel met China in handen krijgen. De Europese concurrenten Portugal en Spanje hadden naar de smaak van Coen teveel lucratieve handel in de regio in handen. Geweld was het middel daartoe, want 'noyt met goetheyt, maar alleen door ontsagh en maght' zou de VOC dat kunnen verwezenlijken. Een oorlogsvloot van 12 schepen zou daarom eerst de Portugese handelsstad Macao innemen en daarna handelsbetrekkingen aanknopen met het nabijgelegen havenstad Guangzhou (Canton).

Ik sliep in de kajuit, maar als ik de slaap niet kom vatten en aan dek kwam, maakten de Chinezen dadelijk ruimte. Ze knielden voor mij met gevouwen handen, en dan waren ze als lammeren. Er werd verteld dat ze een voorspelling hadden, dat hun land ingenomen zou worden door mannen met rode baarden, en omdat ik een rode baard had schenen ze mij daarom met meer vrees te aanschouwen. Willem IJsbrantsz Bontekoe op VOC-schip Nieuw Hoorn in 1622. uit: Vibeke Roeper en Roelof van Gelder In dienst van de Compagnie

De China-expeditie van Bontekoe
Eén van de deelnemers aan de expeditie was de schipper Willem Ysbrantszoon Bontekoe, die zijn belevenissen in journalen heeft beschreven. Hij was er getuige van hoe de vloot Macao aanviel en daar een verpletterende nederlaag tegen de Portugezen leed. Ongeveer 250 doden en gewonden moesten worden achtergelaten door de vluchtende vloot. Volgende Bontekoe vochten de VOC-soldaten dapper, maar deed een gebrek aan kruit ze de das om.

Nadat het eerst deel van het plan mislukt was, ging de expeditie over op het volgende punt. In de straat van Formosa begonnen 800 man onder leiding van Commandeur Cornelis Reijersen op de eilandengroep Pescadores met de bouw van een fort. Daarna probeerde Rijersen door onderhandelingen vrijhandel af te dwingen met de nabijgelegen Chinese kustprovincie Fujian.

Aangezien de Chinezen weinig trek hadden in de handelsbetrekkingen met de Nederlanders ging Reijersen eind 1622 over op de Coen-tactiek van 'ontsagh en maght'. Een aantal schepen werd naar de Chinese kust gestuurd om 'door vreze van onze vijandschap en geweld' (Bontekoe) de handel af te dwingen. Bontekoe beschrijft hoe de VOC schepen aanviel, dorpen platbrandde en inwoners ontvoerde.

Toen vroegen ze (raadsheren van de Chinese keizer) of de Hollanders (gezanten) inderdaad op zee leven en zich daar ook voortplanten, en of wij ook land hebben, hoe dat heet en waar dat ligt, en door wie en waarom wij hierheen gezonden waren, hoe onze koning heet en hoe oud hij is.
Secretaris Joan Nieuhof met twee gezanten op bezoek aan het hof Peking in 1656. uit: Vibeke Roeper en Roelof van Gelder In dienst van de Compagnie

De Chinese reactie
Midden 1623 kregen de Chinezen genoeg van de Hollandse misdragingen en plundertochten. Een speciale hoge ambtenaar met de rang van 'xunfu' (letterlijk: 'rondreizen en kalmeren') werd naar de provincie gestuurd om orde op zaken te stellen. De keizer gaf de opdracht om de defensie te herstellen en de sluwe Barbaren niet dichterbij te laten komen.

De Chinezen wisten in 1624 de relatief zeer kleine Hollandse troepenmacht in hun fort op de Pescadores te isoleren. De Hollanders zagen in dat ze weinig konden uitrichten tegen de tienvoudige overmacht en gaven het fort op. De 'xunfu' Nan Jiuyi vatte zijn bloedeloze overwinning in een verslag aan de keizer op de volgende wijze samen:

'Wij gingen recht op ze [het fort] af en hielden ze acht maanden lang vast. De Barbaren begon het aan leeftocht en plannen te ontbreken, zij gingen berouw tonen en vroegen of zij zich over mochten geven. Nadat zij hun fort hadden geslecht, vluchtten zij als dieven in de nacht'. De Hollanders trokken zich terug op het eiland Formosa (Taiwan), dat nog niet Chinees was.

Chinezen over Hollanders
Het laatste handelsbolwerk van de VOC in de Chinese regio was op het eiland Formosa. De krijgsheer Zheng Chenggong, die door de Hollanders Coxinga werd genoemd, zou de VOC er uiteindelijk verdrijven. Coxinga beheerste in het midden van de 17de eeuw met zijn vloot de Oostkust van China en had zijn lot verbonden met de keizerlijke Ming-dynastie. Die verloor rond die tijd de burgeroorlog tegen de opkomende Qing-dynastie.

Ook Coxinga verloor steeds meer terrein in China. In 1659 mislukt een frontale aanval van zijn legers op de stad Nanjing en verzwakte zijn militaire invloed. De aanval op Formosa was dan ook een soort vlucht naar een nieuwe machtsbasis. Coxinga stierf al in mei 1662. Zijn zoon hield het nog tot 1682 uit tegen de Qing-dynastie.

In 't dorp komende stonden wel duizend Chinezen, na gissing, en zagen haar met verwonderinge aan; schenen haar leven geen Hollanders gezien te hebben. Brachten ons volk in haar tempel; gaven haar daar te eten en te drinken, en wat toebak. De onzen gingen bij malkander zitten, haar geweer stadig gereed houdende, want zij niemand vertrouwden, vrezende dat zij haar overvallen zouden. Uit: Journaal van Willem Ysbrantsz. Bontekoe

Fort Zeelandia
De Hollanders werden eerst midden 1661 teruggedrongen in het door hen onneembare geachte fort Zeelandia. De Chinezen waren weer met een grote meerderheid, ze hadden kannonnen en Coxinga was een ervaren militair. Desondanks duurde het nog 8 maanden voor de VOC het fort in februari 1662 moest opgeven.

Nadat Coxinga van een overgelopen VOC-sergeant de tactische tip had gekregen om Zeelandia van een nabijgelegen heuvel te beschieten, was het snel afgelopen. VOC-soldaat Albrecht Herport maakte de laatste fase van de belegering mee. Eerst schoten de Chinezen de zwakste muren omver, terwijl de VOC-soldaten niets hadden om de gaten te dichten.

Herport: 'Daarom besloten de onzen tot de laatste man te vechten'. De gouverneur besloot echter anders en begon succesvolle onderhandelingen. De 900 overgebleven manschappen dropen af, met achterlating van hun eigendommen. 'Ook moesten ze voor hen [de Chinezen] al het geschut afschieten, want ze hadden argwaan dat wij ermee geknoeid hadden'.

Dit is de eerste aflevering van een serie portretten van beroemde China-gangers.

Volgende week: Slauerhoff.

Bronnen

- De Verenigde Oostindische Compagnie tussen oorlog en diplomatie (2002)
Gerrit Knaap en Ger Teitler

- In dienst van de Compagnie. Leven in de VOC in honderd getuigenissen
Vibeke Roeper en Roelof van Gelder
(2002)
- Journaal van Willem Ysbrantsz. Bontekoe.
Uitgegeven naar de oorspronkelijke tekst met woordverklaringen door Clara Eggink (1957)

Websites

- voc-kenniscentrum.nl/gewest-formosa.html
- www.nrc.nl/cultuur/expositie/1008917764174.html
- www.geledraak.nl/voc.html
- www.geledraak.nl/Taiwan/Taiwan.htm