MAANDAG 27 OKTOBER 2003 | HONG KONG
logo
1925-1927 / Een Hollandse dichter aan de Chinese kust

De Nederlandse dichter en schrijver J. Slauerhoff reisde in de jaren twintig twee jaar lang als scheepsarts langs China's kusten. Daar had hij meer oog voor de onstuimige zee en de tragische eenzaamheid van zeelieden in de nachtclubs, dan voor de minstens even onstuimige politieke ontwikkelingen van die tijd.

Een chaotische periode
De reizen die de Nederlandse scheepsarts Jan Jacob Slauerhoff tussen 1925 en 1927 met de stoomschepen van de Java-China-Japan Lijn langs de Chinese kust maakt, staan bol van het avontuur. In het Noorden aanschouwt hij nog de wrakken uit de Russisch-Japanse Oorlog en treft hij de voor de communisten gevluchte Russische adel. Tijdens een toeristisch uitstapje per muilezel naar de Chinese muur wordt hij gearresteerd en enkele dagen vastgehouden door de Chinese warlord Tsjang Tso Lin. En in Shanghai vindt hij zichzelf platgedrukt liggend op de grond, terwijl de kogels om zijn oren fluiten: een vuurgevecht tussen de aanhangers van nationalist Chiang Kai-shek en de communisten.

Het is dan ook een roerige tijd in China. Sinds in 1911 de laatste keizer van de troon is verjaagd en Sun Yat-sen de republiek heeft uitgeroepen, verkeert het land in chaos. Krijgsheren bevechten elkaar in het noorden. Vanuit het zuiden proberen de nationalisten en de communisten het land onder controle te krijgen. De talloze buitenlanders die zich sinds de opiumoorlogen in het midden van de negentiende eeuw hebben gevestigd in verdragshavens als Shanghai en Amoy (Xiamen) vormen geregeld het doelwit van omvangrijke protestdemonstraties van Chinese studenten.

Alles wordt hier vermaand tot heilige rust. De zee die uitgewoed heeft in taihponen Komt nu de kreken glimlachend bewonen Zijn golven krenken nauwelijks de kust Slauerhoff over Gulan Yu in Het Eiland Kau Lung Seu

De kleur van Chinese lolly's
Maar in al die historische ontwikkelingen is Slauerhoff maar zijdelings geinteresseerd. Als hij per toeval een keer op een politieke bijeenkomst stuit, ter ere van de sterfdag van Sun Yat-sen, besteedt hij in zijn reisverhaal meer aandacht aan details als de kleur van de Chinese lolly's (een gekonfijte kers op een stokje) waar de kinderen aan likken, dan aan wat er eigenlijk gebeurt. In de bijeenkomst zelf blijkt hij niet echt geinteresseerd: 'De heftige speeches worden kalm opgenomen, vooral door de vele grijsaards zie zich buiten 't gewoel houden en op en neer drentelen, de armen in de wijde mouwen. Voor hen is 't blijkbaar evenals voor mij een schouwspel, meer niet.' Het citaat is tekenend voor de manier waarop Slauerhoff heel China beziet. Slauerhoff is geen journalist, maar een dichter, volgens sommigen zelfs een romanticus die op de moderne tijd nog het minst gesteld is. Hij is op zoek naar sfeerbeelden en schrijft in zijn reisverhalen en romans over de onstuimige Chinese zeeën, over het roze ochtendlicht, of over de trieste eenzaamheid van zeelieden in soms chique dan weer vervallen bordelen, en slechts zijdelings over revoluties of boerenopstanden. En als de actualiteit al in zijn werk voorkomt, zoals in de roman Het leven op aarde, dan doet die vooral dienst als decor.

De holbewoners wonen in hun werkplaatsen en arbeiden dag en nacht, de honger op de hielen. Haastig verslinden ze soms bloedige en stinkende gerechten en arbeiden voort. Uit de achterkamers huilt het Chinese lied, snerpt de tweesnarige drietonige viool. De kinderen wentelen naakt in het straatvuil, sommigen een bloem in het vette haar, vanwaar verdwaald?
Slauerhoff over Amoy (Xiamen) in Het lente-eiland

Macao
Liever dan het moderne en cleane Hong Kong, bezoekt Slauerhoff dan ook de vervallen Portugese kolonie Macao aan de overkant van de baai. "Hong Kong neemt Macao alle schepen af, alle toeristen, alle glorie die handel en welvaart geeft. En laat de geminachte, de in verval geraakte wat het zelf niet heeft: een levend verleden, een uitzicht dat verder reikt dan tot grillige eilanden en wonderlijk verlichte kimmen; een uitzicht tot diep in de zeventiende eeuw, ongehinderd door alles wat de twintigste zoo hinderlijk luidruchtig eigen is: dokken, mailsteamers, ferry's. lichters, arsenalen." Liever dan arts op een stoomschip, zo verzucht hij, was hij ook zelf in een andere tijd kapitein op een zeilboot geweest.

'Tot vier uur was ik in een huurdansgelegenheid blijven zitten, hopend iets dat op tederheid leek te kunnen kopen. Alles was daar gedaan om het te doen lijken op een feest. Er hingen guirlandes en serpentines, de muziek was stemmingsvol, de dans-meisjes hadden fancy-dress en waren met lovertjes en sterren bedekt, maar zij lachten alleen als iemand hen ten dans noodde door hen aan te stoten. In de overige ogenblikken staarden zij voor zich uit, sommigen star, anderen droevig, en behalve zij die op het hoogtepunt van een roes verkeerden, waren alle bezoekers die aan hun tafeltjes rondom de balustrade of onder de palmen langs de wanden zaten somber en gedrukt.' J .Slauerhoff over de nachtclubs in Shanghai in Such is life in China

Onwelriekende labyrinten en krioelende volksmassa's
De romantische kwaliteiten van China waren in die tijd niet aan iedereen besteed. Dekpassagiers die meereizen op de schepen waarop Slauerhoff werkt, ontvingen van de rederij een reisgids, waarin vast wordt gewaarschuwd dat de schoonheid van China als toeristische bestemming wellicht enigszins verborgen ligt: 'Laat u niet be?nvloeden door teleurgestelde en verbitterde Westerlingen die niet in staat bleken het volk waar zij te gast waren op juiste wijze te leren beoordelen. Doet uw best, waarde J.C.J.L-passagier, dit land met een open hart te betreden en met een vriendelijke gemoedsgesteldheid ten aanzien van de eigenaardigheden." Slauerhoff volgt dat advies van zijn eigen reder lang niet altijd op. In het Lente-eiland bijvoorbeeld beschrijft hij de helletocht die reizen door China soms kan zijn. De steden stinken, ze zijn volgepakt met mensenmassa's, overal liggen bergen vuil, en dan die herrie, overal is lawaai. Ook in zijn brieven naar huis schrijft Slauerhoff over de 'onwelriekend labyrinten' en de 'krioelende volksmassa's' waarheen hij zich doorheen moet worstelen.

De grootste koeliehaven van China
Speciale aandacht krijgt Amoy, de stad die nu Xiamen heet. In de jaren twintig was de stad de grootste koeliehaven van China. Tienduizenden immigranten reisden - onder meer op de schepen waar Slauerhoff op werkte - af naar plantages in Maleisi? of Indonesi?. De opiumhandel tierde welig in de stad, en overal waren prostituees te vinden. 'Oud en deerniswaardig samengedrongen ligt op een smalle oeverstrook het arme duistere Amoy. Geen enkel licht open plein. Geen groene weide onder de wallen. Rotsen en puinhellingen dringen zo dicht langs het water dat de overbevolking uit de stad puilt en samenhokt op de hulken die in zwermen aan de oever liggen', schrijft hij in Het lente-eiland over de stad. Sinoloog Henri Borrel die de stad ook bezocht is nog negatiever: 'Wie hier nooit gelopen heeft zal nooit weten wat stank en vuil is. En wie nooit een met etter en vuil en zweren bedekten Chineeschen bedelaar er heeft zien strompelen, weet niet wat menschelijk mis?re is.'

De schitterende Rembrandtiek-mooie en afschuwelijk leelijke en walgelijk vies stinkende en toch miraculeuze schoonheid bevattende echt Chineesche stad. Het is een doolhof van zoo nauwe straatjes en steegjes dat twee menschen elkaar hier en daar moeilijk kunnen passeeren en een rijtuig er niet zou kunnen rijden. De meest afzichtelijke nauwe sloppen in Amsterdamsche en Rotterdamsche volksbuurten zijn er ruim en zindelijk bij. Schurftige met zweren bedekte honden en vette zwarte varkens loopen u langs de beenen, hier en daar ligt een doode rat, en overal ligt onnoembaar buil en immonde verroting. Wie hier nooit geloopen heeft zal nooit weten van stand en vuil is. En wie nooit een met etter en vuil en zweren bedekten Chineeschen bedelaar er heeft zien strompelen weet niet wat menschelijk misëre is. Henri Borel, over Amoy (Xiamen) in het Schoone Eiland

Lente-eiland
Maar misschien ook zet Slauerhoff de mis?re in Amoy nog wel extra aan, om het eiland Kau Lung Seu (Gulan Yu), dat vlak voor de kust van de haven ligt, er beter uit te laten springen. In een van zijn reisverhalen trekt de schrijver alle registers open om de mysterieuze steegjes en de oude tempels te beschrijven, even weg van de stank en het gedrang van het vasteland. 'Het wondereiland, dat de naam draagt van een zijner heimelijkste plekken, de dreunende spelonk. Duisternis, rumoer en stank liggen achter de zee der vergetelheid', schrijft hij in een lyrische lofzang op het eiland. 'Het is een langzaam en zacht genot in de halve schemering over de afgevallen blaren te schuifelen en alleen te vermoeden wat er achter de hoge donkere wanden kan liggen.' Zo moet Slauerhoff China het mooist hebben gevonden.

Hong Kong neemt Macao alle schepen af, alle toeristen, alle glorie die handel en welvaart geeft. En laat de geminachte, de in verval geraakte wat het zelf niet heeft: een levend verleden, een uitzicht dat verder reikt dan tot grillige eilanden en wonderlijk verlichte kimmen; een uitzicht tot diep in de zeventiende eeuw, ongehinderd door alles wat de twintigste zoo hinderlijk luidruchtig eigen is: dokken, mailsteamers, ferry's. lichters, arsenalen. Slauerhoff over Macao en Hong Kong, dagboekfragment

Dit is de tweede aflevering van een serie portretten van beroemde China-gangers.

Volgende week: Kuifje.

Bronnen

- Alleen de havens zijn ons trouw
J. Slauerhoff
- Alle verhalen
J. Slauerhoff
- Het verboden rijk
J. Slauerhoff
- Het leven op aarde
W. Hazeu Slauerhoff.
- Een biografie
A. Pos Van Verre Havens - Het werk van Slauerhoff en de Chinese Werkelijkheid
W. Blok en K. Lekkerkerker
- Het China van Slauerhoff