VRIJDAG 28 NOVEMBER 2003 | BEIJING
logo
1980-1989 / Reisschrijvers ontdekken China

Als eind jaren 70 China open gaat voor toeristen, trekt een hele horde schrijvers Oostwaarts, vermomd als toerist. Na de enthousiaste verslagen van de fellow-travelers in de jaren 70, volgen nu verhalen vol ontberingen over het grauwe en grijze China dat zij aantreffen.

Over de toonbank springen en een warme broek voor de winter van de plank grissen omdat de verkoopster te sloom is een hand uit te steken, of met je vuist op een raam bonzen omdat de kaartjesverkoopster eerst haar stripboek moet uitlezen, och, dat hoort zo bij de dagelijkse ergernissen van de China-reiziger. Je verliest wel eens je geduld in dit land van telraamschuivers, boninvullers en sipkijkers. Want lachen doen ze nooit, de mannen en vrouwen achter balie of loket. Ze kijken alsof er meteen na hun geboorte iemand op hun neus is gaan staan en er sinds die misstap geen lach meer afkan.
Adriaan van Dis in Barbaar in China

Lijdensweg
Reizen door China is een lijdensweg, vergelijkbaar met de onmogelijke straffen die de Griekse goden aan hun onwelwillende onderdanen oplegden. Het zwaard van Damocles, de steen van Sisyphus, in die categorie hoort ook een treinkaartje kopen in Urumqi of een hotelovernachting in Guangzhou thuis. Dat is in ieder geval het beeld dat opdoemt uit reisboeken die onder meer Adriaan van Dis, Carolijn Visser en Paul Theroux schreven na bezoeken aan China in de jaren tachtig.

Adriaan van Dis Carolijn Visser Paul Theroux

Je moet je tussen duizenden spuwende, schreeuwende, dringende, krijsende, rochelende en smakkende Chinezen persen in overvolle treinen. Je moet uren wachten in bedompte ruimtes, de vieste dingen eten, de smerigste w.c.'s trotseren, en eindeloos twisten met nurkse bureaucraten om de benodigde stempels te bemachtigen. En het eerste Chinese woord dat de reisschrijver leert is altijd: 'Mei You': kan niet. Uitgesproken door hotelpersoneel, spoorwegbamabtes, of bankbediendes. Treinkaartje naar Peking? Mei You. Morgen dan? Mei You. Volgende week? Mei You. Een hotelkamer? Mei You. Mei You.

Het land bestaat uit niet veel meer dan grijze, vervuilde steden en een doodarm platteland. China is helemaal geen vakantieland.
Carolijn Visser in Grijs China.

China is helemaal geen vakantieland
Decennialang hadden de communisten de grens potdicht gehouden voor onafhankelijke reizigers uit het Westen, maar Deng Xiaoping zette niet lang na zijn machtsovername eind jaren zeventig de deur weer op een kier. Dat maakte nieuwsgierig, en vandaar dat de reisroman over China in die tijd opeens een bloeiperiode doormaakt. Met de boot varen de schrijvers naar Shanghai, op de harde stoelen van de Chinese staatsspoorwegen laten ze zich naar Beijing vervoeren. Ze volgen oude zijderoutes in afgeragde bussen, of klimmen bovenop vrachtwagens om ook de onherbergzaamste gebieden te doorkruisen.

China is in die tijd net aan het herstellen van de dwalingen van Mao en de waanzin van de Culturele Revolutie. De openbare luidsprekers, in China alom aanwezig in treinen, busstations of op dorpspleinen, zo constateert Colin Thuborn, tetteren geen opzwepende propagandariedels meer, maar onschuldige, mierzoete Chinese popdeuntjes. Langzaam maar zeker komt het land, geprikkeld door de economische hervormingen van Deng, hortend en stotend weer op gang. Toch is het als de schrijvers door China reizen, nog te vroeg om de vruchten daarvan te
kunnen plukken. Hun reizen voeren vrijwel allemaal door Colin Thuborn
troosteloze en verarmde steden die bestaan uit eenvormige stapels fantasieloze blokken, 'allemaal ontworpen op de dezelfde staatstekentafel door architecten met verstijfde armen en het wereldbeeld van een cipier' (Van Dis).'Het land bestaat uit niet veel meer dan grijze, vervuilde steden en een doodarm platteland. China is helemaal geen vakantieland', schrijft Carolijn Visser in haar reisboek Grijs China . Met de mythe van het Chinese paradijs, waarmee de fellow travelers een decennium eerder nog dweepten, rekenen alle schrijvers in ieder geval hard af.

Het is mogelijk om dwars door het hele land te reizen, en toch nooit naast een Chinees te zitten. Er zijn speciale gedeeltes in boten en treinen, in restaurants (waar de buitenlanders in luxere, geïsoleerde zalen worden ontvangen), en zelfs in sommige winkels. Het is net alsof de gehate rassenscheiding die vorige eeuw door de kolonialen uit het Westen aan de Chinezen waren opgelegd, door de Chinezen zelf opnieuw zijn ingevoerd.
Colin Thubron in Behind the Wall

Haha, een buitenlander!
De reisschrijvers worden ook niet al te hartelijk ontvangen in het Rijk van het Midden. Veel Chinezen, vooral die in officiële functies, houden de boot af. Maar al te goed realiseren ze zich dat eerdere periodes van openheid net zo makkelijk weer werden gevolgd door tijden van onderdrukking. Wie tijdens Mao's campagne 'laat een duizend bloemen bloeien' zo dom was geweest om, zoals de Grote Roerganger zelf had aangemoedigd, openlijk kritiek op de partij te leveren, werd daar tijdens de Culturele Revolutie genadeloos voor afgestraft. Niet iedereen wil nu het risico lopen om opnieuw voor 'slippendrager van de kapitalisten' te worden uitgemaakt. Echt makkelijk is het ook niet om contact met de locals te maken. Buitenlanders moeten in aparte hotels, aparte treincoupés, en hebben zelfs apart geld waarmee ze in speciale winkels Westerse goederen aan kunnen schaffen. Je kunt een heel jaar door China reizen, stelt Colin Thuborn, zonder ooit naast een Chinees te zitten.

Desondanks blijken de 'buitenlandse duivels' voor de meeste Chinezen een onweerstaanbare attractie. Ze lopen een steeg in, en tientallen Chinezen drommen om hen heen. Ze willen iets kopen? Goede kans dat het halve dorp zich ermee gaat bemoeien. Van Dis gaat in een miljoenenstad naar de kapper, en als hij met zijn nieuwe coup weer naar buiten stapt, zijn honderd Chinezen uitgelopen;   kinderen stormen naar binnen en vechten om zijn lokken.

Je reis alleen? Hoe maak je dan vakantiefoto's?
Verbaasde reactie wanneer Colin Thubron aan een Chinees uitlegt dat hij alleen reist. Uit Behind the Wall.

We are the world. Hoe schrijf je dat?
Toch zijn er waaghalzen die wél contact durven leggen. Trots melden ze dat ze 'kapitalist' zijn. Ze willen alles weten over de Nederlandse Deltawerken. Of over de achtergestelde positie van de zwarte minderheden in Nederland. Of de precieze songtekst van de Michael Jackson-hit We Are the World . En is het waar dat in het Westen paartjes ongetrouwd samenwonen?

Uit die gesprekken wordt langzaam duidelijk dat het land langzaam maar zeker aan het veranderen is. Trends, muziek en ideeën over het Westen sijpelen langzaam het land binnen. Beetje bij beetje worden de eerste scheurtjes in de 'ijzeren rijstkom' (De Chinese term voor de communistische verzorgingsstaat) zichtbaar. Vroeger, zo vertelt een ambtenaar, kon hij dagen zitten niksen op zijn kantoor. Maar de laatste tijd worden mensen toch steeds meer op hun prestaties afgerekend. De jeugd van tegenwoordig, klaagt iemand anders, denkt alleen nog maar aan geld verdienen. Een sofa, of een kleurentelevisie, dat zijn de statussymbolen waar in die tijd voor wordt gespaard. 'En als iemand nog lid wordt van de partij, is dat alleen maar om een betere baan te krijgen.'

Er is niet veel interessants te doen in Peking, vinden de jongens. Je kunt naar het Vredescafé en er zijn nog vier coffeeshops waar het ook gezellig is. Er is een restaurant waar ze in mogen waar discomuziek gedraaid wordt. Overdag bezoeken ze elkaar, ze slenteren door de stad, ze lezen thuis een boek en slapen elke dag lang uit.
Carolijn Visser in Grijs China

Grijs China wordt pastelgetint China
Hoe snel de werkelijkheid de verhalen van deze reisschrijvers deels heeft ingehaald, en hoe snel in ieder geval de Chinese Oostkust de laatste jaren is gemoderniseerd, blijkt wel uit een passage waarin Carolijn Visser in het midden van de jaren tachtig haar aankomst in Shanghai beschrijft: 'Als ik van boord ga heb ik het gevoel mij in het verleden te verliezen. Er zijn geen taxi's of autos' om de passagiers af te halen, daar hebben de meesten toch geen geld voor.

Visser zet haar tas achterin een riksja, die wordt bestuurd door een man in versleten kleren. Hij trapt haar langs de Bund, ooit een van de modernste havenfronten ter wereld. Maar Visser ziet weinig meer dat aan die glorieuze tijd herinnert. Ze registreert enkel nog maar 'haveloze entrees, rommelige kantoren en smoezelige gordijnen. Er is wel verkeer, maar niet veel, het overheersende geluid is dat van schuifelende voetgangers.'

Nog geen twintig jaar later is recht tegen over de Bund in een razend tempo de nieuwe kantoorwijk Pudong uit de grond gestampt. Met zijn glazen spiegelpaleizen in zachte pasteltinten en gebouwen van meer dan 400 meter hoog is het een van de allermodernste kantoorwijken ter wereld. En die schuifelende voetgangers worden inmiddels overstemd door het geraas van twee miljoen auto's die over gloednieuwe viaducten en futuristische verkeerspleinen rijden.

Jongeren denken alleen nog maar aan geld. Hoe ze genoeg kunnen verdienen voor een sofa, of een kleurentelevisie. Ze gaan naar Westerse films en dromen van auto's. En vervolgens raken ze ontevreden over het leven hier.
Chinese man, tegen Colin Thuborn in Behind the Wall

Dit is de zesde en laatste aflevering van een serie portretten van beroemde China-gangers.

Bronnen

Adriaan van Dis
- Een barbaar in China
Paul Theroux

- Riding the Iron Rooster: By Train Through China.
Colin Thubron
- Behind the Wall
Carolijn Visser

- Grijs China
Carolijn Visser
- Buigend bamboe